Belasting kampeerterreinen

Artikel 1 : definities

§1. Kamperen : onder kamperen wordt verstaan, het als verblijfsgelegenheid gebruiken door andere personen dan kermisexploitanten of nomaden die als dusdanig handelen, van een van de volgende verblijven : tent, caravan, woonaanhang-wagen, chalet, weekendhuisjes, bungalows, paviljoenen of andere soortgelijke verblijven die niet ontworpen zijn om als vaste woning te dienen.

§2. Kampeerterrein : onder kampeerterrein wordt verstaan het terrein waarop gewoonlijk of bij gelegenheid wordt gekampeerd door meer dan tien personen tegelijk, of waarop meer dan drie verblijven staan als bedoeld in alinea 1 van dit artikel.

Art. 2 : belastbaar feit
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 een jaarlijkse belasting gevestigd op de kampeerterreinen.

§2. Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt de toestand op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking genomen.

Art. 3 : belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de exploitant van het kampeerterrein.

§2. Zo de invordering van de belasting, verschuldigd door de exploitant, moeilijkheden oplevert, is de eigenaar van de grond waarop het kampeerterrein gevestigd is, hoofdelijk aansprakelijk tot het betalen van de belasting. Ingeval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar hoofdelijk de belasting verschuldigd.


Art. 4 : berekeningsgrondslag en tarieven
De belasting wordt per plaats op het kampeerterrein vastgesteld als volgt :

  • voor het aanslagjaar 2015      : 100,00 EUR

  • voor het aanslagjaar 2016      : 110,00 EUR

  • voor het aanslagjaar 2017      : 120,00 EUR

  • voor het aanslagjaar 2018      : 130,00 EUR

  • voor het aanslagjaar 2019      : 140,00 EUR

Art. 5 : aangifte
§1. De belastingplichtige ontvangt vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde vervaldatum moet teruggestuurd worden.

§2. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 15 mei van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

§3. Het gemeentebestuur controleert de juistheid van de aangiften.

§4. De belastingplichtige is verplicht de controle hiervan te vergemakkelijken, onder meer inlichtingen en documenten te verstrekken die van hem daartoe worden gevraagd en controle ter plaatse toe te laten.

§5. Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Bij gebrek aan verklaring of indien die niet volstaat, wordt de belastingplichtige van ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.

§6. Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

§7. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

§8. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 100% en wordt ook ingekohierd.

Art. 6 : invordering
§1. De belasting wordt door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

§2. De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 7 : bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk, of via een duurzame drager worden ingediend. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de  derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag. Indien de belastingschuldige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

Art. 8 : algemene bepalingen
§1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek van toepassing op deze belasting voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

§2. Huidig besluit treedt in werking op 1 januari 2015.

§3. Van dit besluit wordt binnen twintig dagen een kopie verzonden naar de provinciegouverneur.

Datum goedkeuring : 26/11/2014
Datum bekendmaking : 27/11/2014

Bijlage : belasting_op_kampeerterreinen.pdf