Belasting op bouwen en verbouwen - vergunningen voor 01012015

Artikel 1 : definities
Gebouw : elk in harde materialen opgetrokken bouwwerk rechtstreeks of onrechtstreeks van een dak voorzien alsook het houten gebouw met harde materialen gedekt en zodanig opgericht dat het een bestendig karakter heeft.

Eengezinswoning : woning geschikt voor de huisvesting van één op zichzelf staand afzonderlijk gezin of huishouden.

Gastenkamer : de door de gemeente Knokke-Heist vergunde kamer of slaapplaats.

Art. 2 : belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2017 tot en met 2019 een gemeentebelasting gevestigd op het bouwen, her- en verbouwen van gebouwen.

Huidig reglement is van toepassing op afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen van vóór 01/01/2015.

Art. 3 : belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de houder van de bouwvergunning en solidair door de eigenaar.

Het verkopen van het op te richten of opgericht onroerend goed of een gedeelte ervan ontslaat de vergunninghouder niet van het betalen van de belasting.

Art. 4 : berekeningsgrondslag en tarieven
Het belastbare bouwvolume wordt berekend op basis van een goedgekeurde stedenbouwkundige vergunning.

De eigendommen gelegen op de grenslijn, worden slechts belast voor het gedeelte dat op het grondgebied van de gemeente Knokke-Heist is gelegen.

De belasting wordt vastgesteld als volgt :

a) 0,75 EUR per kubieke meter inhoud van het gebouw voor de gebouwen waarvan de bouwvergunning  afgegeven werd vóór 1 oktober 2007 of  bij ontstentenis van een bouwvergunning waarvan de bouwwerken aangevat zijn vóór 1 oktober 2007

b) 5,00 EUR per kubieke meter inhoud voor :
- een gebouw groter dan 1 000 m³
- de uitbreiding van een gebouw,  waarvan het volume vóór de aanvang van de werken groter is dan 1 000 m³waarvoor de bouwvergunning afgegeven werd vanaf 1 oktober 2007 of bij ontstentenis van een bouwvergunning waarvan de bouwwerken aangevat zijn vanaf 1 oktober 2007.

Art. 5 : vrijstellingen
Er is vrijstelling van belasting voor :

a) instellingen die bij wet van belasting zijn vrijgesteld;

b) de woningen gebouwd door bemiddeling van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;

c) de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen;

d) elke huisvesting die behoort tot de sociale- of tot de verzorgingssector (bejaardenhuizen, klinieken, hospitalen, dispensaria, en andere huisvestingen die behoren tot de non profit sector);

e) het herbouwen van door oorlogsgeweld vernielde gebouwen ten aanzien van het gedeelte dat niet als vergroting van de vernielde gebouwen kan worden aangezien ongeacht de plaats in dezelfde gemeente waar het terug wordt gebouwd;

f) de woningen gebouwd onder de voorwaarden gesteld door de Vlaamse Gemeenschap met het oog op het verlenen van premies voor de bouw;

g) de hangars waarvan het dak op pijlers rust en die geen zijwanden hebben;

h)serres, loodsen en stallingen, opslagplaatsen, werkplaatsen, burelen, ateliers

i) gastenkamers:  beperkt tot drie per eengezinswoningen;

j) horeca uitbatingen;

k) de aanvragen voor stedenbouwkundige vergunning waarvoor een eenvoudige dossiersamenstelling volstaat, zoals opgesomd onder hoofdstuk II artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 mei 2004 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, zoals laatst gewijzigd bij besluit van 03 juli 2009.

Art. 6 : waarborg
De belastingplichtige moet bij de start van de werken een waarborg stellen waarvan het bedrag gelijk is aan het vermoedelijke bedrag van de belasting.

Het vermoedelijke bedrag van de belasting wordt berekend aan de hand van de plannen die bij de aanvraag voor een bouwvergunning zijn gevoegd.

Indien de waarborg wegens enige oorzaak ongenoegzaam wordt geacht, is de belastingplichtige op het eerste verzoek van het gemeentebestuur gehouden een nieuwe of aanvullende waarborg te stellen.

Aan de verplichting tot het stellen van een waarborg kan voldaan worden door :

1. deponeren van publieke fondsen of gelden bij openbare of private kredietinstellingen mits deze zich ertoe verbinden deze niet zonder geschreven toestemming van het gemeentebestuur te vervreemden of te gelde te maken en deze op eerste verzoek onvoorwaardelijk ter beschikking te stellen van het gemeentebestuur, ofwel

2. onder de vorm van een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankwaarborg waarbij de kredietinstellingen die de bankwaarborg verlenen zich ertoe verbinden deze niet zonder geschreven toestemming van het gemeentebestuur in te trekken of te wijzigen en desgevallend op het eerste verzoek van de financieel beheerder onvoorwaardelijk het bedrag van de bankwaarborg geheel of gedeeltelijk te storten in de gemeentekas.

Wanneer de belastingschuldige de belasting niet betaald heeft binnen de twee maanden na de afgifte van het aanslagbiljet dan kan de financieel beheerder bij de kredietinstellingen de gedeponeerde publieke fondsen of gelden opvorderen of de kredietinstellingen verzoeken het bedrag van de bankwaarborg te storten in de gemeentekas.

De waarborg wordt vrijgemaakt op verzoek van de belastingschuldige en voor zover hij de gemeentebelasting, eventueel verhoogd met nalatigheidintresten en vervolgingskosten, betaald heeft.

Art. 7 : invordering
Wanneer een gebouw onder dak is, wordt de belasting door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure  van provincie- en gemeentebelastingen.

De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 8 : bezwaarprocedure

De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Indien de belastingschuldige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

Art. 9 : algemene bepalingen
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek van toepassing op deze belasting voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Het gemeenteraadsbesluit van 17 december 2014 houdende vaststelling van een belasting op het bouwen en verbouwen voor de aanslagjaren 2015 tot en met 2019 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2017.

Van dit besluit wordt binnen twintig dagen een kopie verzonden naar de provinciegouverneur.

Datum beslissing  : 22/12/2016
Datum bekendmaking 23/12/2016

Bijlage : belasting_op_bouwen_en_verbouwenvergunningenvoor01012015.pdf