Belasting op voertuigen bestemd voor de exploitatie van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder

Artikel 1. : belastbaar feit
Er wordt voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2019 een gemeentebelasting gevestigd op de voertuigen bestemd voor de exploitatie van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.

Art. 2. : belastingplichtige

De belasting is ondeelbaar en jaarlijks verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de vergunning voor exploitatie van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.

De belasting is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning wordt afgegeven. De vergunninghouder is de eerste jaarlijkse belasting verschuldigd op het ogenblik van de afgifte van de vergunning en nadien telkens op 1 januari van het kalenderjaar.

 

Art. 3. : berekeningsgrondslag en tarief
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 250 EUR per voertuig bestemd voor de exploitatie van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, op 1 januari van het aanslagjaar.
Dit bedrag wordt aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2000.

De opschorting van de exploitatie met een of meer voertuigen geeft geen aanleiding tot een belastingteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een vergunning of het buiten werking stellen van een of meer voertuigen voor welke reden dan ook.

Art. 4. : invordering

De belasting wordt door middel van kohieren ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Art. 5. : bezwaarprocedure
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van nietigheid schriftelijk, of via een duurzame drager worden ingediend. Het moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de  derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of van de kennisgeving van de aanslag. Indien de belastingschuldige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

Art. 6. : algemene bepalingen
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9 bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit wetboek van toepassing op deze belasting voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Het gemeenteraadsbesluit van 24 november 2010 houdende de vaststelling van een gemeentebelasting op voertuigen bestemd voor de exploitatie van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder voor de aanslagjaren 2011 tot en met 2013 wordt opgeheven vanaf 1 januari 2014;

Datum goedkeuring : 28/11/2013
Datum bekendmaking : 29/11/2013

 Bijlage : belasting_op_voertuigen_vvb.pdf