Exploiteren dienst verhuren van voertuigen met bestuurder

 

Artikel 1.

Niemand mag, zonder vergunning, een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder op het grondgebied van Knokke-Heist exploiteren door middel van één of meer voertuigen. Bij een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder moeten de ritten op voorhand zijn afgesproken. Bovendien moet het voertuig ter beschikking gesteld worden van de klant gedurende ten minste drie uur. Als het voertuig voor een kortere duur wordt ter beschikking gesteld, gaat het om een taxi.

Art. 2.

§1 De vergunning voor het exploiteren van een dienst van verhuurvoertuigen met bestuurder wordt aangevraagd via het aanvraagformulier en bij aangetekend schrijven gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen of afgegeven tegen ontvangstbevestiging.

 

§2 Bij deze aanvragen moeten de documenten worden gevoegd waarvan sprake in het aanvraagformulier en moeten de gewenste tarieven worden toegevoegd.

 

§3 Onder de voorwaarden vastgesteld door de Gemeenteraad in dit reglement wordt de vergunning of de hernieuwing van de vergunning voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder verleend door het College van Burgemeester en Schepenen van Knokke-Heist op wiens grondgebied de exploitatiezetel van de kandidaatvergunninghouder is gevestigd, binnen de 3 maanden na de indiening van de aanvraag.

 

§4 Het College van Burgemeester en Schepenen levert 1 vergunning af per exploitant. De vergunning vermeldt het aantal voertuigen waarvoor ze afgegeven werd.

 

Art. 3.

§1 De vergunning wordt slechts afgegeven aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die hetzij eigenaar is van het of de voertuig(en), hetzij er de beschikking over heeft door een contract van aankoop op afbetaling, hetzij door een leasingovereenkomst.

§2 De vergunninghouder van wie een voertuig tijdelijk niet beschikbaar is ten gevolge van een ongeval, een ernstig mechanisch defect, brand of diefstal kan, op zijn verzoek, gemachtigd worden zijn dienst te verrichten door middel van een vervangingsvoertuig dat hij niet in eigendom heeft en waarvoor hij evenmin een contract van aankoop op afbetaling of een leasingovereenkomst kan voorleggen.
Deze machtiging wordt voor maximum 3 maanden verleend en is niet hernieuwbaar.

De machtiging om de dienst te verrichten met een vervangingsvoertuig wordt aangevraagd aan het College van Burgemeester en Schepenen, die binnen de twee werkdagen de vervangingskaart (wit) voor een verhuurvoertuig met bestuurder en de twee vervangingstekens uitreikt. Na afloop van de toegestane termijn moet de exploitant binnen twee werkdagen de vervangingskaart en de vervangingstekens terug inleveren.

Art. 4.

De vergunning is persoonlijk en onoverdraagbaar.

 

Art. 5.

De duur van de vergunning is vijf jaar, de vergunning kan voor dezelfde duur worden hernieuwd.

 

Art. 6.

Bij een met redenen omklede beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen, kunnen de vergunningen ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden of kan de hernieuwing van de vergunning voor alle of sommige voertuigen worden geweigerd wegens één van volgende redenen:

  • indien de exploitant de bepalingen van de exploitatievoorwaarden, het Decreet van 20 april 2001 en de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft;
  • indien de exploitant niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake zedelijkheid, beroepsbekwaamheid of solvabiliteit;
  • indien de exploitant de, op hem van toepassing zijnde wetgeving in het kader van zijn beroepsuitoefening, niet naleeft.

 

Art. 7.

Indien de exploitant het aantal voertuigen, dat ingezet wordt gedurende de geldigheidsduur van de vergunning, wenst te verhogen of te verlagen, wijzigt het College van Burgemeester en Schepenen op zijn aanvraag en tot het aflopen van de vergunning, het aantal voertuigen dat in de vergunningsakte vermeld wordt.

 

Art. 8.

Het aantal vergunningen en voertuigen voor een dienst van verhuurvoertuigen met bestuurder is onbeperkt.

 


Art. 9.

De exploitant met een vergunning van een taxidienst, mag een taxi inzetten als dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder, mits toelating van het College van Burgemeester en Schepenen.

De taxi die ingezet wordt als dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder mag een taxameter houden aan boord van het voertuig.

 

Art. 10.

De verhuring door de exploitant, onder welke vorm dan ook, van het of de voertuig(en) aan enigerlei persoon die het of de voertuig(en) zelf bestuurt of laat besturen, is verboden.

 

Art. 11.

Elke verhuring geeft aanleiding tot een inschrijving in een register, dat gehouden wordt op de zetel van de onderneming en waarin de datum en het uur van de bestelling voorkomen alsook het precieze voorwerp van het verhuurcontract en de prijs ervan. Dit register dient gedurende vijf jaar vanaf de ingebruikname ervan, op de zetel van de onderneming te worden bewaard.

Art. 12.

Het voertuig mag slechts ter beschikking gesteld worden van een welbepaalde natuurlijke of rechtspersoon krachtens een schriftelijke overeenkomst naar het model vastgelegd door de Vlaamse regering. Een exemplaar van de overeenkomst bevindt zich op de zetel van de onderneming en een kopie aan boord van het voertuig wanneer de ondertekening van de overeenkomst voorafgaat aan het instappen van de klant. In de andere gevallen bevindt de originele overeenkomst zich aan boord van het voertuig.

De schriftelijke overeenkomst vermeldt in elk geval dat het voertuig ter beschikking gesteld wordt van de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor een duur van ten minste drie uren.

De overeenkomsten en de eventuele ontwerpovereenkomsten krijgen een doorlopende nummering. De exploitanten bewaren gedurende vijf jaar alle overeenkomsten op de zetel van hun onderneming. Ze zijn gehouden die te bewaren in de volgorde van hun nummering.

 

Art. 13.

Het voertuig mag zich noch op de openbare weg begeven noch erop stilstaan, indien het niet vooraf op de zetel van de onderneming verhuurd is.

 

Art. 14.

Het huurcontract slaat enkel op het voertuig en niet op de zitplaatsen ervan.

 

Art. 15.

Elk voertuig dat in dienst is, heeft een kaart voor een verhuurvoertuig met bestuurder aan boord, afgegeven door de gemachtigde ambtenaar.

In geval van verlies, diefstal of vernietiging van de kaart voor een verhuurvoertuig met bestuurder wordt een nieuwe kaart met vermelding “duplicaat” uitgereikt door de gemeente op vertoon van een attest van de politie.

 

Art. 16.

Elk voertuig in dienst heeft leesbaar van buiten uit, twee geplastificeerde herkenningstekens aan boord, afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar. Die worden in het voertuig aan de rechterzijde, bovenaan, aan de binnenkant van de voor- en achterruit bevestigd. Bij een motorverhuurvoertuig wordt dat herkenningsteken leesbaar voor derden op het voertuig aangebracht.

De aanvrager dient voor het verkrijgen van dit herkenningsteken de vergunning en een uittreksel uit het handelsregister voor te leggen waaruit blijkt dat hij ingeschreven werd als exploitant van diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder. De kleur van het herkenningsteken is zwart met witte letters.

In geval van verlies, diefstal of vernietiging van het herkenningsteken wordt een nieuw herkenningsteken met de vermelding “duplicaat” door de gemeente uitgereikt op vertoon van een attest van de politie.

 


Art. 17.

Het voertuig mag niet uitgerust zijn met een zend- of ontvangtoestel voor radioverbinding, zoals bedoeld in artikel 1,4° van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving met uitzondering van de diensten die vergund zijn door het College (uitzondering voor de verhuurvoertuigen met bestuurder die ingezet worden als taxidienst).

 

Art. 18.

Elk voertuig in dienst moet

 

     bestendig onderhouden en in een zeer zindelijke staat gehouden worden. Het koetswerk mag geen zichtbare schade vertonen;

     voorzien zijn van de kaarten herkenningstekens overeenkomstig artikel 15 en 16 van dit reglement. Zij dienen onmiddellijk terug ingeleverd te worden bij stopzetting, schorsing of intrekking van de exploitatievergunning;

 

TARIEVEN.

Art. 19.

Het College van Burgemeester en Schepenen stelt de tarieven vast rekening houdend met het voorstel van de exploitant. De exploitant kan tijdens de duur van de exploitatie een aanpassing van de tarieven aanvragen.

 

BELASTINGEN.

Art. 20.

De in dit gemeentelijk reglement bedoelde vergunningen kunnen aanleiding geven tot het innen van een belasting.

De eventuele belastingreglementen worden vastgesteld in afzonderlijke Gemeenteraadsbeslissingen.

 

GEMACHTIGDE AMBTENAAR.

Art. 21.

De Gemeentesecretaris wordt belast met het ondertekenen van de taxikaarten.

 

ALLERLEI BEPALINGEN.

 

Art. 22.

Alle kosten waarmee de onderneming bezwaard is, met inbegrip van de zegel- en registratiekosten, zijn ten laste van de exploitant.

 

Art. 23.

Bij een met redenen omklede beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen, kunnen de vergunningen ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden ingeval de bepalingen van het Decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen en de daaruit voortvloeiende Besluiten overtreden of de aan de vergunning verbonden voorwaarden niet nagekomen worden.

 

Art. 24.

De vergunning is slechts geldig indien de voertuigen gedekt zijn door een bewijs van schouwing, afgeleverd door een door de Minister van Verkeerswezen erkend schouwend organisme, en door een verzekeringsbewijs, afgeleverd door een door de Koning erkende verzekeringsmaatschappij of van een attest opgemaakt door de vervoerondernemingen waarbij deze verklaart haar eigen verzekeraar te zijn en waarop zijn vermeld nummer en datum van de daartoe verleende ministeriële machtiging.

 

Art. 25.

De exploitant, die door het College van Burgemeester en Schepenen, ertoe gemachtigd wordt een dienst voor het verhuren van voertuigen te exploiteren, mag de voertuigen, die niet in dienst zijn, slechts laten stationeren op plaatsen die zich bevinden op het privé-terrein bestemd voor de exploitatie van een dienst van bezoldigd vervoer van personen waarvan de exploitant van de dienst eigenaar is of erover beschikt en zijnde de zetel van de exploitatie van de onderneming.

 

Art. 26.

Dit gemeentelijk reglement is van kracht vanaf 1 juni 2004.

 

 

Gemeenteraadsbesluit

 

Datum goedkeuring: 29 april 2004

Datum bekendmaking: 1 juni 2004