Subconcessies aan de watersportclubs 2018

 

Artikel 1. Definities.

Achtergrondmuziek: muziek die niet duidelijk doorklinkt en niet bedoeld is om niet direct of bewust naar te luisteren, maar die louter tot doel heeft een rust scheppende sfeer te creëren;

 

Brandingsporten: elke sportactiviteit beoefend met tuigen voor brandingsporten die zee kiezen vanaf het strand met uitzondering van de vaartuigen bedoeld in artikel 37,§1, van het Koninklijk besluit van 4 augustus 1981;

 

Evenement: een gebeurtenis van tijdelijke aard waarbij muziek, kunst, cultuur, sport, educatie, promotie of een combinatie daarvan centraal staat, een openbaar karakter heeft en vrij toegankelijk is voor het publiek en beperkt blijft tot de standplaats(en) van de uitbater(s) die de nodige toelating ertoe heeft/hebben bekomen;

Insteekzone voor watersporten: de door de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar aangewezen zones voor het beoefenen van brandingsporten en het besturen van pleziervaartuigen zonder motor zoals aangeduid op het plan, gevoegd als bijlage 2 bij dit besluit;

Pleziervaartuig: elk drijvend tuig (met uitzondering van tuigen voor strandvermaak) tot maximum 6 meter, met of zonder motor en met inbegrip van watervliegtuigen, geschikt om te gebruiken als middel van vervoer of verplaatsing te water;

Standplaats: de zone waar de watersportclub zich situeert zoals aangeduid op het plan zoals gevoegd als bijlage 1 bij dit besluit;

Subconcessie: de subconcessie-overeenkomst die wordt bekrachtigd door het ondertekenen van het convenant tussen de uitbater van de watersportclub en het gemeentebestuur

Tuigen voor brandingsporten: het materiaal dat gebruikt wordt om brandingsporten te beoefenen met inbegrip van surfplanken, peddles, windsurftuigen, jetski’s, jetscooters, kites, pedalo’s en rafts zoals bepaald in artikel 1 van het koninklijk besluit betreffende de brandingsporten;

Watersportclub: een bij de Vlaamse unisportfederatie voor zeilen en surfen aangesloten sportclub die instaat voor het organiseren van watersporten;

Winterperiode: de regeling die van kracht is in de periode vanaf 15 oktober tot en met 14 maart;

Zomerperiode: de regeling die van kracht is in de periode vanaf 15 maart tot en met 14 oktober te 24 uur;

Art. 2. Aard van de subconcessie.

§1. De subconcessie is strikt persoonlijk, onverschillig of de subconcessie aan een fysisch persoon dan wel aan een rechtspersoon wordt verleend.  Overdracht onder de levenden, ten welken titel ook, inbegrepen inbreng in een vennootschap of andere rechtspersoon, is strikt verboden.

 

§2. In afwijking van artikel 3,§1.1 gaan in geval van overlijden van de subconcessionaris de rechten en plichten over op de wettelijke erfgenamen.  Ieder van hen kan de lopende exploitatie voortzetten en om de verlenging vragen, als hierna bepaald in artikel 3. §1.2 t.e.m. §1.4. Indien er echter meerdere erfgenamen zijn, dienen zij binnen de drie maanden na het overlijden aan het gemeentebestuur mede te delen wie van hen de lopende subconcessie zal verderzetten en/of de reeds door de overleden subconcessionaris gevraagde verlenging zal handhaven. De vraag tot verlenging en/of de bevestiging van de reeds aangevraagde verlenging dient ten laatste tegen 31 december 2018 per aangetekend schrijven aan het gemeentebestuur te worden meegedeeld met toevoeging van de passende stukken waaruit blijkt dat daaromtrent tussen de erfgenamen een akkoord is.

Een en ander onder voorbehoud van overmacht, waarover het college van burgemeester en schepenen beslist. Het staat het college van burgemeester en schepenen vrij de voorgestelde erfopvolging al dan niet te aanvaarden, waarbij het college acht kan slaan op de wijze waarop de rechtsvoorganger de afgelopen laatste drie jaar zijn standplaats heeft geëxploiteerd.

 

§3. Terloops de subconcessie en in afwijking van artikel 3, §1.1° is inbreng van de subconcessie mogelijk in een vennootschap die de vorm aanneemt of heeft aangenomen ofwel van een personenvennootschap waarvan de vennoten uitsluitend bestaan uit ascendenten, echtgeno(o)t(en), wettelijk samenwonende partners, hun afstammelingen of aangenomen kinderen of die van wettelijke samenwonende partners of echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen of uit personenvennootschappen met hetzelfde aandeelhouderschap, ofwel van een eenpersoonsvennootschap. De inbreng is slechts mogelijk na uitdrukkelijke schriftelijke instemming van het college van burgemeester en schepenen op voorlegging (a) een uittreksel uit het strafregister model 595 en (b) van het ontwerp van de akte van inbreng, die slechts mag worden aangegaan onder opschortende voorwaarde van de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, dat aan het voorgelegde ontwerp de passend geachte amenderingen zal mogen aanbrengen of ze zal mogen weigeren zo aan de voormelde voorwaarden niet is voldaan. Daarbij zal het college acht mogen slaan op de wijze waarop de inbrenger de afgelopen laatste drie jaar zijn standplaats heeft geëxploiteerd.

 

§4. Steeds terloops de subconcessie en mits continuering ervan is, in afwijking van artikel3, §1.1° overdracht van aandelen van de subconcessionaris-vennootschap slechts mogelijk onder de voorwaarden en vormen als bepaald in §3, met dien verstande dat de overdracht ook mogelijk is aan personen of vennootschappen die reeds vennoot waren op het ogenblik van de toekenning van de standplaats voor het jaar 2017.

 

§5. In afwijking op artikel3, §1.1° is bij bedrijfsstopzetting terloops de subconcessie en mist de bedrijfsstopzetting haar oorzaak niet vindt in het overlijden van de subconcessionaris in welk geval het bepaalde in §2 toepasselijk is, overdracht van de subconcessie mogelijk aan de ascendenten, echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner, aan zijn afstammelingen of aangenomen kinderen of aan die van zijn wettelijk samenwonende partner of aan de echtgenoten van de voormelde afstammelingen of aangenomen kinderen of aan een vennootschap of andere rechtspersoon waarvan enkel de voormelde personen aandeelhouder of vennoot zijn. Die overdracht is slechts mogelijk na uitdrukkelijke schriftelijke instemming van het college van burgemeester en schepenen op voorlegging van het ontwerp van overdrachtakte, die slechts mag worden aangegaan onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, aan wie het vrij staat het voorstel van overdracht al dan niet te aanvaarden en mits voorlegging door de kandidaat-overnemer van een uittreksel uit het strafregister model 595. Het college kan daarbij acht slaan op de wijze waarop de overdrager de afgelopen drie jaar zijn strandplaats heeft geëxploiteerd.

§6. Inbreuk op deze bepalingen zal voor het gemeentebestuur een reden zijn om de subconcessie meteen te herroepen zonder enig recht op schadevergoeding.

 

§7. Teneinde de uiteindelijke begunstigde te bepalen van elke subconcessionaris wordt rekening 

gehouden met de uiteindelijke begunstigden zoals opgegeven bij de convenantondertekening en alle daaropvolgende conform de lastenboeken in het college van burgemeester en schepenen goedgekeurde wijzigingen.

 

§8. De maximumduur van de subconcessie wordt bepaald onder voorbehoud dat het gemeentebestuur de strandconcessie verkrijgt, bij toepassing van het Besluit van de Vlaamse regering van 26 april 1995.

In negatief geval eindigt de uitbating van rechtswege op de datum waarop de aan het gemeentebestuur verleende subconcessie verstrijkt zonder enig recht op schadevergoeding.

 

§9. De subconcessie staat los van de overeenkomst met de Maritieme Dienst Kust met betrekking tot de oprichting van een paviljoen. Indien de overeenkomst met de Maritieme Dienst Kust eindigt, en niet verlengd wordt, kan er geen aanspraak meer gemaakt worden op een verlenging van de subconcessie.

 

Art. 3. Duur van de subconcessie.

§1. De subconcessie-overeenkomst gaat in de dag van de ondertekening van het convenant en eindigt van rechtswege op 31 december 2018.

De bedoeling is volgende convenant-ondertekening voor de vervaldag van huidig convenant te laten plaatsgrijpen.

Gelet op het bepaalde in artikel 2, §1 eindigt de subconcessie eveneens van rechtswege bij het overlijden van de subconcessionaris, de afsluiting van de vereffening van de rechtspersoon-subconcessionaris, een gerechtelijke maatregel houdende een definitief exploitatieverbod, de gerechtelijke onbekwaamverklaring of de faillietverklaring van subconcessionaris.

Gelet op het precair karakter van de domeinconcessie kan de gemeente er steeds een einde aan stellen om reden van algemeen belang en zonder recht op schadevergoeding.

 

§ 2. De uitbater die dit wenst kan nochtans de verlenging van zijn subconcessie vragen. Die aanvraag moet aan het college van burgemeester en schepenen gericht zijn. Zij gebeurt bij aangetekend schrijven dat bij het college moet aangekomen zijn op 30 september 2018 (de datum van verzending is dus niet relevant, wel de datum van aanbieding). Ze vermeldt het postadres en het elektronisch adres. Ze kan ook gebeuren door afgifte op het gemeentehuis tegen ontvangstbewijs. Een en ander behoudens overmacht, waarover het college van burgemeester en schepenen beslist.

De uitbater kan zijn recht van verlenging overdragen aan de personen of rechtspersonen en onder dezelfde voorwaarden als bepaald in artikel 2, §3, met dien verstande dat het "ontwerp van inbreng" vervangen door het "ontwerp van cessieovereenkomst". Bij de beoordeling van de vraag tot cessie van het recht op verlenging zal het college o.m. acht mogen slaan op de wijze waarop de overdrager de afgelopen laatste drie jaar zijn standplaats heeft geëxploiteerd.

De aanvrager moet diens precieze zijn identiteit, woonplaats of maatschappelijke zetel en KBO-nummer vermelden. Indien de aanvrager een rechtspersoon is, dient de aanvraag eveneens een volledig overzicht te bevatten van de identiteit en de woonplaats van de aandeelhouder(s), of het nummer in het rechtspersonenregister, naam en zetel in geval het een aandeelhouder-vennootschap betreft. Hetzelfde geldt voor en ingeval één of meerdere vennoten zelf rechtspersonen zijn. In ieder geval dient steeds de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk begunstigde aandeelhouder(s) vermeld te worden.

Zo de aanvraag niet voldoet aan de in het derde lid gestelde voorwaarden, zal de aanvrager bij aangetekend schrijven daarvan op de hoogte gebracht worden met mededeling dat de aanvraag alsnog kan geregulariseerd worden, mits dit gebeurt binnen de termijn van 15 kalenderdagen, die aanvangt daags na de afgifte van de door het bestuur aangetekend gevraagde aanvulling. Indien aan dit regularisatieverzoek niet, niet tijdig of niet correct voldaan wordt, wordt de verlengingsaanvraag definitief als onontvankelijk beschouwd.

 

§3. Het college van burgmeester en schepenen zal de gevraagde verlenging van de subconcessie toestaan of weigeren en dit ter kennis brengen van de betrokkene per aangetekende zending ten laatste binnen de maand na ontvangst van de aanvraag. De verlenging is verbonden aan het aanvaarden van de voorwaarden van het lastenboek voor het dienstjaar 2019, o.m. wat de concessievergoeding betreft. In geval van weigering van de verlengingsaanvraag zal de kennisgeving de reden(en) daarvan mededelen, dewelke o.m. gelegen kunnen zijn in de wijze waarop de uitbater de afgelopen drie jaren zijn standplaats heeft geëxploiteerd in het licht van de hierbij gestelde en conventioneel aanvaarde exploitatievoorwaarden.

 

§4. Stilzwijgende verlenging kan nooit ingeroepen worden, zelfs al mocht de uitbater in het bezit van de standplaats gebleven zijn.

Art. 4. Strandinrichting.

Iedere subconcessiehouder is verplicht zich te houden aan de afbakening van de standplaats, zoals gevoegd als bijlage 1, het gemeentelijk plan van strandinrichting, bij dit besluit.

Art. 5. Paviljoenen.

Het is verplicht het paviljoen dat dient als clubhuis in het wit te schilderen of in natuurhout op te trekken.

Art. 6. EHBO-hulppost.

§1. Er dient op elke subconcessie een EHBO-hulppost aanwezig te zijn.

 

§2. De subconcessiehouder is verplicht om een personeelslid te hebben dat in het bezit is van een EHBO brevet.

Art. 7. Reddingsdienst.

De watersportclub beschikt over een eigen reddingsdienst, uitgerust met minstens één reddingsboot met motor en met de nodige redders die in het bezit zijn van een brevet van basisredder (IKWV).

Art. 8. Bootparken.

§1. Zones van bootparken

 

De bootparken staan eveneens aangeduid op het gemeentelijk plan van de strandinrichting, zoals gevoegd in bijlage 1.

Zone 1 – Duinbergen 1. (Anemos): Een bootpark ter hoogte van de Anemonenlaan.

Zone 2 – Duinbergen 2.(RBSC Duinbergen): Een bootpark ter hoogte van de Leeuwerikenlaan.

Zone 3 - Het Zoute 1. (River Woods): Een bootpark ter hoogte van de Oosthinderstraat.

Zone 4 - Het Zoute 2. (RBSC Zoute): Een bootpark ter hoogte van de Appelzakstraat.

Zone 5 - Het Zoute 3. (Surfers Paradise): Geen bootpark.

Art. 9. Boten.

§1. Tussen 15 maart en 15 november mogen de boten op het strand blijven liggen, binnen de bootparken. Buiten deze periode mogen geen boten op het strand blijven liggen. Ze mogen enkel gebruik maken van voormelde afvaartplaatsen om in zee te steken.

§2. Er mogen geen olie- of brandstofresten terechtkomen op het strand.

Art. 10. Voertuigen en transport van vaartuigen.

§1. Het gebruik van voertuigen op de subconcessie is onderworpen aan een voorafgaande schriftelijke toelating van het college en van de Dienst der Kust.  Alle voertuigen vreemd aan de watersportclub dienen geweerd.

Jaarlijks moet vóór 15 februari de nummerplaat, het merk en het type van maximaal twee voertuigen meegedeeld worden.

§2. De zeedijkwandelweg mag niet als parkeerplaats worden gebruikt.

§3. De voertuigen die op het strand toegelaten zijn, moeten altijd stapvoets rijden.

§4. De afritten van het strand moeten steeds vrij zijn om de hulpdiensten niet te belemmeren.

§5. Op het strand mag een net of een houten loopplank geplaatst worden voor het transport van de vaartuigen. Dit mag de strandbezoekers niet hinderen of kwetsen.

Art. 11. Winterperiode.

§1. De subconcessiehouder mag zijn infrastructuur, met uitzondering van het botenpark, gedurende de winterperiode op eigen risico laten staan mits het afsluiten van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en zonder enig recht op schadevergoeding van de gemeente of het gewest.

 

§2. De leidingen voor de afspuitpunten moeten op twee meter diepte worden ingegraven. De afspuitpunten en de netten moeten tijdens de winterperiode ontruimd worden.

§3. Wanneer de ontruiming van afspuitpunten, netten, boten,… niet binnen de gestelde termijn is gerealiseerd, zal de subconcessionaris een forfaitaire schadevergoeding verschuldigd zijn van € 100 per dag vertraging en zonder dat daartoe vooraf een ingebrekestelling vereist is, onverminderd de eventuele toepassing van de maatregelen bepaald in artikel 33.

Art. 12. Openingsuren.

§1. De subconcessie mag het hele jaar uitgebaat worden:

  • Van 15 maart tot en met 14 oktober tussen 7 en 24 uur;
  • Van 15 oktober tot en met 14 maart  tussen 10 en 19 uur.

§2. Een afwijking op deze openingsuren kan enkel mits voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.

Art. 13. Geluidsnormen.

  • § 1.         Definities.
    • Achtergrondmuziek: muziek die bedoeld is om niet direct of bewust naar te luisteren, maar die louter tot doel heeft sfeerverhogend te werken, om ongewenste geluiden of juist stilte te maskeren en een kalmerend effect te bereiken;
    • Evenement: een gebeurtenis van tijdelijke aard waarbij muziek, kunst, cultuur, sport, educatie, promotie of een combinatie daarvan centraal staat, een openbaar karakter heeft en vrij toegankelijk is voor het publiek en beperkt blijft tot de standplaats(en) van de uitbater(s) die de nodige toelating ertoe heeft/hebben bekomen.
  • § 2.         Volgende geluidsnormen zijn van toepassing.

1°.  De watersportclubs kunnen op hun standplaats achtergrondmuziek produceren tussen 12 u. en  20 u.

2°.  De geluidsinstallatie(s) mag/mogen zich uitsluitend bevinden in of aan het raamverkooppunt en moet(en) van die aard zijn dat de emissie uitsluitend gericht is naar de standplaats en niet naar de zeedijk.

3°.  Het geluidsniveau van al dan niet versterkte muziek mag nooit hoger zijn dan 80 dB(C) slow.

  • § 3.         Na een voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen kan een afwijking bekomen worden op het bepaalde in §2, doch voor maximaal 8 gelegenheden per jaar en per uitbater.

Procedure:

  • De aanvraag dient te gebeuren bij de evenementen coördinator, aan de hand van een daartoe voorzien formulier.

Het formulier “Evenementen aanvraag watersportclubs” is terug te vinden:

  • Op de gemeentelijke website: www.knokke-heist.be , via het e-loket
  • Aan het onthaal van de diverse gemeentelijke centra
  • Via e-mail: evenementen@knokke-heist.be
  • Het ingevulde formulier dient terugbezorgd via website, e-mail, fax, of post. De referentiegegevens staan vermeld op het aanvraagformulier.
  • De aanvraag zal administratief behandeld worden door de dienst evenementen.
    • § 4.         Inbreuken op de exploitatievoorwaarden kunnen worden vastgesteld door gemeentelijke ambtenaren van minstens niveau C en leden van de lokale politie.

Voor geluidsmetingen wordt gebruik gemaakt van een meet- en registratieapparatuur die minstens voldoet aan de nauwkeurigheidseisen gesteld voor klasse 2-meetingsinstrumenten in de NBN-normen (NBN EN 60651 – 1996). Daarbij wordt de C-weging toegepast gedurende minstens 3 minuten, dit ter hoogte van de kruin (blauwsteen) van de zeedijk aan de strandzijde en binnen de grenzen van de uitbating.

De overeenkomstig §4 gedane vaststelling van overschrijding van het maximaal muziekniveau van 80 dB(C) slow wordt onweerlegbaar geacht hinderlijk te zijn voor de omliggende 

  • § 4.         uitbatingen van horeca- en andere handelszaken, voor de bewoners van de appartementsgebouwen en voor de gebruikers van de zeedijk en dus geen achtergrondmuziek meer te zijn. Zij wordt geacht bewijskracht te hebben tot bewijs van het tegendeel.
  • § 5.         De uitbater mag evenmin door andere geluidsbronnen hinder of overlast veroorzaken en/of laten veroorzaken voor de omgevende handelszaken, bewoners van de appartementsgebouwen en gebruikers van de zeedijk. Dit is in zijnen hoofde een resultaatsverbintenis.

Art. 14. Afbakening van de insteekzones.

De insteekzones staan aangeduid op het plan MDK, zoals gevoegd als bijlage 2 bij dit besluit.

Art. 15.

De watersportclub is verplicht om ook niet-leden vrij gebruik te laten maken van de insteekzone voor watersporten en moet ook toezicht houden op de niet-leden.

Art. 16. Signalisatie.

§1. De volgende signalisatie is verplicht:

  • een vlaggen- en seinmast ter hoogte van de vergunde zone. De bepalingen omtrent het ophangen van de vlaggen staan vermeld in de politieverordening, hoofdstuk Strand en zee
  • een kenteken ‘verboden te baden’ en een bord ‘watersporten verplicht’ ter hoogte van de insteekzones;
  • rode cilinderboeien voor het afbakenen van de bufferzones, te plaatsen aan de laagwaterlijn, één aan de oostkant en één aan de westkant van de zone. De cilinderboeien worden geregeld nagezien door de watersportclub en zo nodig hersteld, verplaatst of vervangen.
  • ·         twee rode cilindervormige boeien ter hoogte van de laagwaterlijn, één aan de oostkant en één aan de westkant van de insteekzone;

§2. In het midden van iedere zone dienen de watersportclubs op hun kosten een houten paneel te plaatsen op het zand.  Deze borden hebben een hoogte van 1 meter en een breedte van 1,20 meter.

De tekst bevat tenminste de naam/het logo van de watersportclub en een pijl met de vermelding ‘verplichte insteekzone brandingsporten’ en dat dit ‘alleen bij groene vlag mag gebeuren’.

 

§3. De watersportclub hanteert de volgende veiligheidsseinen:

1° Een groene driehoeksvlag met het silhouet van een windsurfer wanneer er bewaking en reddingen vanuit de watersportclub is voorzien.

 

2° Een rode driehoeksvlag met het silhouet van een windsurfer wanneer er bewaking is maar geen reddingen vanuit de watersportclub is voorzien.

 

3° Wanneer er geen vlag gehesen is, is er noch bewaking, noch reddingen vanuit de watersportclub.

 

Art. 17. Brandingsporten

§1. Brandingsporten mogen enkel in de toegelaten zone beoefend worden. In de insteekzone voor brandingsporten is het verboden met vaartuigen in zee te steken.

§2. De beoefenaars van brandingsporten mogen niet verder dan een halve zeemijl (926 m) zeewaarts van de laagwaterlijn.

Het is hun verboden op enigerlei wijze de strandreddingsdiensten of om het even welke vaartuigen te hinderen.

§3. Het uitoefenen van brandingsporten wordt slechts toegelaten:

  • van zonsopgang tot zonsondergang en tijdens de uren van toezicht
  • bij helder weer

§4. Kitesurfers dienen er bovendien over te waken dat:

  • het op- en neerlaten van de kite gebeurt op minstens 30 meter van een hindernis en zo dicht mogelijk bij de waterlijn.; in geen geval mag het op- en neerlaten van de kite gebeuren binnen de omheining van de watersportclub, in de onmiddellijke omgeving ervan, of op strandgedeelten waar zich andere strandgebruikers bevinden en waar een vallende vlieger een ernstig en onmiddellijk gevaar voor het publiek kan uitmaken.
  • ze minstens de gebruikelijke veiligheidsvoorschriften voor het kitesurfen, op het vlak van materiaal, gedragsregels en vaardigheden, opgesteld door of in samenspraak met Vlaamse Yachting Federatie (VYF) of de Vlaamse Vereniging voor Watersport (VVW) in acht nemen.

 

Art.18. Bewaking

  • § 1.         Het toezicht is verplicht op de zeewaardigheid van de boten en op de wettelijke voorgeschreven veiligheidsuitrusting van de boten en de bemanning.
  • § 2.         In hoofdzaak moet toezicht worden gehouden op het effectief dragen van een reddingsgordel door alle opvarenden en moet worden nagegaan of minstens één van de opvarenden een minimale ondervinding heeft.
    • De boten mogen enkel in zee steken en stranden in de voorbehouden strook.
    • Ze moeten steeds op veilige afstand van strandhoofden en kunstwerken blijven, zowel bij het in zee steken en stranden, als bij het varen.
    • Buiten de gevallen van overmacht is het verboden het strand te naderen op een afstand van 200 m vanaf de laagwaterlijn, behalve in de strook voorbehouden voor het in zee steken.
    • De scheepvaart en de strandreddingsboten mogen niet worden gehinderd.

 

Art.19. Wedstrijden

Voor elke wedstrijd, sport- of ontspanningsactiviteiten in groepsverband in de Belgische territoriale zee dient 3 weken op voorhand een vergunning van de nautische directeur van de 

  • § 1.         Dienst van het Loodswezen aangevraagd. Deze ambtenaar beslist onverwijld over de aanvraag en bepaalt de voorwaarden waaronder de wedstrijden of activiteiten worden gehouden.
  • § 2.         Voor het organiseren van wedstrijden is naast de vergunning van de nautische directeur van de Dienst voor het Loodswezen ook een voorafgaandelijke schriftelijke toelating van het college nodig. Deze dient aangevraagd vóór 1 mei van elk jaar, om die in te passen in de toeristische programmatie van de gemeente.

Art.20.

Jetski’s, jetscooters, waterscooters, andere jet- of luchtkussentuigen zijn verboden, behalve deze die worden gebruikt voor doeleinden van algemeen belang of in opdracht van de bevoegde overheid.

Art.21. Toegelaten en verboden verkoop

§1. De verkoop van dranken is toegelaten tijdens de openingsuren zoals voorzien in artikel 12.

§2. Het laten aanleveren, zelf bereiden of opdienen van koude of warme maaltijden door de uitbater is strikt verboden.

Belegde broodjes, panini, croque monsieur, hotdogs en tapas, aangemaakt en geleverd door in de gemeente gevestigde etablissementen, mogen wel verkocht worden door de uitbater.
Borrelhapjes mogen wel gegeven worden bij de verkochte dranken.

De uitbater dient er ten titel van resultaatsverbintenis voor in te staan dat ze uitsluitend op de standplaats verbruikt worden.  De naam van de leverancier mag op de prijslijst vermeld worden en enkel aan het raamverkooppunt – niet zichtbaar vanaf de zeedijk - aangebracht worden.

§3. Op het zandterras wordt geen bediening toegelaten.

§4. Er mag enkel vanuit het clubhuis worden verkocht. Enkel aan het clubhuis mag er een prijslijst aangebracht worden – niet zichtbaar vanaf de wandelweg van de Zeedijk.

§5. Elke andere verkoop is strikt verboden, inzonderheid doch niet limitatief, kleding, speelgoed, zonnecrème en ijscrème, zowel aan de bezoekers van de standplaats als aan de voorbijgaande kust- en strandbezoekers.

§6. Voor de verkoop van drank mag slechts één verkooppunt per standplaats worden ingericht.

Art.22.

In het clubhuis zijn enkel activiteiten of evenementen toegelaten die rechtstreeks verband houden met de sportactiviteiten van de club.

Het is verboden om een barbecue, een kampvuur, een fuif of andere animatieactiviteiten te organiseren op de concessie;

Na een voorafgaande schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen kan een afwijking bekomen worden voor maximaal 8 gelegenheden per jaar en per uitbating.

De aanvraag gebeurt via het aanvraagformulier evenementen op de gemeentelijke website.

Art. 23. Afval- en nutsvoorzieningen

§1. De uitbater dient ervoor te zorgen dat er voldoende vuilnisbakjes op zijn standplaats voorhanden zijn. Op de vuilnisbakjes mag geen reclameopdruk voorkomen.

De uitbater staat zelf in voor de ophaling van zijn bedrijfsafval. Een kopie van het contract voor de ophaling dient 8 dagen voor aanvang van de exploitatie overgemaakt te worden aan het bestuur/dienst strand en concessies.

Verzameling van het afval gebeurt door gebruik te maken van ondergrondse afvalbakken die gedurende de uitbatingsperiode op de standplaats mogen geplaatst worden. Indien die niet op de standplaats kunnen geplaatst worden omwille van de onbereikbaarheid door de ophaaldienst, mogen deze opgesteld worden op een overeengekomen plaats met het bestuur/dienst strand en concessies.

De ophalingen van de ondergrondse containers mogen slechts plaatsvinden tussen middernacht en 8 uur.

§2. Alle afval, inclusief glasafval, dient dagelijks van de uitbating verwijderd te worden.

Het is verboden glasafval in grotere dan particuliere of gezinshoeveelheden in of rond de publieke glascontainers te dumpen.

§3. Na het einde van de exploitatieperiode dient de uitbater de door het gemeentebestuur in bruikleen gegeven strandhagen tegenaan de blauwsteen ter hoogte van hun standplaats te verzamelen. Beschadigde strandhagen dienen vergoed te worden overeenkomstig de door het gemeentebestuur op te maken factuur, tenzij de beschadiging het gevolg is van overmacht of fouten van derden waarvoor de uitbater niet moet instaan.

§4. Stroomkasten dienen steeds afgesloten te zijn, dus ontoegankelijk voor onbevoegden. Elektrische stroomkasten moeten elke 5 jaar gekeurd worden door een erkende firma. Het bekomen keuringsverslag moet overgemaakt worden aan het gemeentebestuur en Eandis om aangesloten te kunnen worden bij begin van het exploitatieseizoen.

Art. 24.

De subconcessieprijs bestaat uit een standgeld voor de inname van een subconcessie op het strand; (min de oppervlakte van de primaire doorgang van de wandeldijk naar de zee over een breedte van 4 meter)

Standgelden:

Voor de bepaling van het standgeld wordt het strand van Knokke-Heist ingedeeld in drie sectoren:

  • Sector 1 :
    Strandconcessies gelegen op het strand vanaf de Swolfsstraat tot de Belgisch-Nederlandse grens.
  • Sector 2 :
    Strandconcessies gelegen op het strand vanaf de Anemonenlaan tot de Swolfsstraat.
  • Sector 3 :
    Strandconcessies gelegen op het strand vanaf de grens met Zeebrugge tot Anemonenlaan.

Het standgeld voor het huidig dienstjaar wordt als volgt bepaald:

Ligging

 

Tarief per m² uitbating

Sector 1

0,75 EUR

Sector 2

0,50 EUR

Sector 3

0,25 EUR

Per subconcessie wordt een vrijstelling van het standgeld toegekend voor vijf strandcabines met elk een oppervlakte van maximaal 4 m².

 

 

Art. 25. - Betalen van de concessievergoeding.

§1 De uitbater dient de concessievergoeding te vereffenen ten laatste 30 dagen na factuurdatum, door overschrijving op reknr. BE65 0910 1212 2096 van het gemeentebestuur.

§2 Ingeval van niet betaling binnen de gestelde termijn, leveren de verschuldigde bedragen van rechtswege en zonder verdere aanmaning ten voordele van het gemeentebestuur verwijlintresten op, berekend overeenkomstig de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties (BS 7 augustus 2002).

Art. 26. - Niet-uitbating van de watersportclub

Wanneer, om welke reden ook, de exploitatie niet uitgebaat wordt, heeft het college het recht, na een aanmaning bij aangetekend schrijven, een andere subconcessiehouder aan te duiden, zonder dat de huidige subconcessiehouder zich daartegen kan verzetten of schadevergoeding kan eisen. De subconcessiehouder heeft geen recht op terugbetaling, zelfs niet van een gedeelte.

Art. 27. - Overdracht van de watersportclub

Het is de subconcessiehouder verboden zijn watersportclub aan derden over te dragen of af te staan zonder voorafgaandelijke schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen.

Het college zal vrij mogen beschikken over iedere standplaats die zonder zijn toestemming aan derde personen afgestaan werd zonder dat de huidige subconcessiehouder zich daartegen kan verzetten of schadevergoeding eisen.

Art. 28. - Belastingen

De subconcessiehouder draagt alle rechtstreekse en onrechtstreekse betalingen van welke aard, omslag en vorm zij ook zijn, die ten bate van de Staat, het Gewest, de Gemeenschap, de Provincie of de gemeente ingevoerd zijn of worden en in verband staan met de uitbating.

Art. 29. - Verzekeringen

Binnen vijftien kalenderdagen na de dag waarop hem kennis is gegeven van de toewijzing van zijn watersportclub, legt de subconcessiehouder aan het bestuur de bewijsstukken voor waaruit blijkt dat hij een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid heeft afgesloten.

Telkens als dit van hem wordt gevraagd, levert hij het bewijs dat de vervallen premies betaald zijn.

Art. 30 - Houding ten aanzien van het publiek, toezichthoudende ambtenaren en politie.

  • § 1.         De uitbater en zijn personeel dienen verzorgde kledij te dragen.
  • § 2.         De uitbater én zijn personeel dienen tegenover het publiek, toezichthoudende ambtenaren en politie steeds de meest hoffelijke en correcte houding aan te nemen en in de geest van het lastenboek te handelen en te communiceren; het is hen o.a. ten strengste verboden publiek te ronselen of op te hitsen en aansporen tot agressiviteit. Het is ook eveneens verboden om op daken van de cabines, raamverkooppunt te dansen, dit past niet in de visie van het bestuur en schendt het imago van de gemeente.

De uitbater is wat dit betreft verantwoordelijk voor het gedrag van zijn personeel.

Art. 31.

§1. De subconcessiehouders dienen te beschikken over:

  • een huishoudelijk reglement
  • een inplantingsplan van hun subconcessie.

§2.  De op de uitbating aanwezige constructies en materialen mogen niet voorzien zijn van enige publiciteit, tenzij na voorlegging en goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

Art. 32.

De subconcessiehouder is ertoe gehouden, na akkoord van het college van burgemeester en Schepenen, vóór aanvang van de exploitatie aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu en Infrastructuur, afdeling Waterwegen Kust, Vrijhavenstraat 3, 8400 Oostende een vergunning aan te vragen voor:

  • het oprichten van bootparken en paviljoenen
  • het kruisen van de zeedijk met leidingen voor nutsvoorzieningen; de nutsvoorzieningen mogen in geen geval gebeuren via luchtleidingen
  • alle andere vormen van pleziervaart zoals parasailing, waterski, jetski, ...

Art. 33. - Schadevergoeding

De subconcessiehouder kan geen aanspraak maken op schadevergoeding of vermindering van de vergunningsprijs door:

  • schade wegens onweer, overstromingen, storm of welk geval ook van overmacht
  • verbod, beperking of schorsing van de exploitatie opgelegd door het bestuur of de hogere overheid omwille van het algemeen belang of om redenen vermeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1995 betreffende de strandconcessies
  • een tijdelijke ingebruikname van het strand en de zeedijk voor het houden van feesten, plechtigheden, culturele, toeristische en sportevenementen georganiseerd door of met medewerking van het bestuur of de hogere overheid
  • het tijdens de exploitatie in vergunning geven van bijkomende en/of gelijkaardige standplaatsen of loten door het bestuur.

 

Art. 34. – Maatregelen.

§1. Wanneer de uitbater gedurende de exploitatie inbreuken begaat op de onderhavige bepalingen, zal de toezichthoudende dienst hiervan een schriftelijk verslag overmaken aan het college van burgemeester en schepenen.

§2. Bij een eerste overtreding volgt een waarschuwing, gegeven door het college van burgemeester en schepenen of de gedelegeerde schepen. De waarschuwing zal via elektronische post bezorgd worden en per aangetekend schrijven bevestigd worden aan de betrokkene of door een bevoegd 

ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar. Die zendingen worden gedaan op het overeenkomstig artikel 3,§2,3° medegedeeld adres.

§3. In geval van een tweede en volgende overtreding kan het college van burgemeester en schepenen één of meerdere passend geachte maatregelen opleggen, zoals een tijdelijke sluiting, het tijdelijk beperken van de openingsuren, het tijdelijk sluiten van de bar, een tijdelijk muziekverbod, het aanbrengen van een geluidsbegrenzer of het plaatsen van een vaste geluidsmeter die vanop afstand kan worden gevolgd. Naar omstandigheden kan/kunnen de maatregelen opgelegd worden om uitgevoerd te worden of in te gaan op een tijdstip na de eventuele verlenging van de subconcessie.

§4. In het geval van § 3, zal de betrokkene per elektronische post, bevestigd door een aangetekend schrijven op de hoogte worden gebracht. Dit aangetekend schrijven kan worden vervangen door een afgifte tegen ontvangstbewijs door een gemeentelijk ambtenaar of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar en waarin worden vermeld:

  • ·       de datum en aard van de (bij herhaling) vastgestelde inbreuk(en);
  • waar en wanneer hij van het dossier inzage kan nemen;
  • de dag en uur waarop hij zal gehoord worden, welke hoorzitting niet vastgesteld zal worden vóór 3 kalenderdagen verstreken zijn sedert de verzending van het aangetekend schrijven waarvan hoger sprake en welke hoorzitting zal gehouden worden door het college of een gedelegeerd lid ervan, desgewenst in aanwezigheid van een raadsman, tenzij de betrokkene verkozen heeft voorafgaandelijk zijn verweer per elektronische post, bevestigd door een aangetekend schrijven, te laten gelden.

§5. Per elektronische post, bevestigd bij aangetekend schrijven zal het college van burgemeester en schepenen, of het gedelegeerd lid ervan, kennis geven van de beslissing die werd genomen. Dit aangetekend schrijven kan worden vervangen door een afgifte tegen ontvangstbewijs door een gemeentelijk ambtenaar. of bij weigering van in ontvangstname, tegen attestering door betrokken ambtenaar. De betrokken uitbater dient er; behoudends andersluidende bepaling in de maatregelbeslissing, onmiddellijk gevolg aan te geven, bij gebreke waaraan de gemeente, op kosten van de betrokken uitbater, alle nodige maatregelen zal kunnen treffen om de sanctie dwangmatig uit te voeren, desnoods door verzegeling van toestellen of gedeeltelijke of gehele sluiting van de uitbating.

§6. De niet vrijwillige en aanhoudende naleving van de getroffen maatregel wordt geacht een ernstige inbreuk te zijn op de onderhavige exploitatievoorwaarden, als bedoeld in §1, in welk geval kan gehandeld worden als bepaald in § 3, 4 en 5. Bovendien zal in dat geval het college van burgemeester en schepenen de subconcessie onmiddellijk kunnen beëindigen zonder enig recht op schadevergoeding.

§7. Het nemen van voormelde conventioneel bepaalde maatregel(en), staat niet in de weg dat eveneens door de bevoegde overheid opgetreden wordt zo de inbreuken op de hierbij bepaalde exploitatievoorwaarden een inbreuk mochten zijn op de van kracht zijnde wetten of reglementen.

Art. 35. – Aan de kandidaten-subconcessionarissen zal volgend convenant ter ondertekening voorgelegd worden:

CONVENANT BETREFFENDE DE SUBCONCESSIES AAN DE WATERSPORTCLUBS VOOR HET DIENSTJAAR 2018

Artikel 1.

Ten overstaan van het gemeentebestuur Knokke-Heist, vertegenwoordigd door:

(………), gemachtigde schepen

En mevrouw Miet Gobert, secretaris

Wordt door ondergetekende uitbater bevestigd wat volgt.

De uitbater bevestigt kennis te hebben genomen van het door de gemeenteraad goedgekeurd lastenboek, houdende de lasten en voorwaarden voor de subconcessies aan de watersportclubs voor het dienstjaar 2018, er een exemplaar van ontvangen te hebben en ze zonder enig voorbehoud te aanvaarden en te zullen naleven.

Art. 2.

Door de ondertekening van dit convenant bekomen alle in dit lastenboek bepaalde voorwaarden het karakter van conventionele bedingen en ontstaat er tussen de partijen een overeenkomst van het type domeinconcessie.

Art. 36.

Het gemeenteraadsbesluit van 23 februari 2017 betreffende de goedkeuring van de subconcessie watersportclubs 2017, wordt opgeheven bij inwerkingtreding van dit besluit.

 

Besluit watersportclubs

 

Datum bekendmaking: 22 februari 2018

Datum goedkeuring: 27 februari 2018

 Bijlage 1.1 zone Heist

Bijlage 1.2 zone Duinbergen

Bijlage 1.3 zone Albertstrand

Bijlage 1.4 zone Knokke

Bijlage 1.5 zone Zoutestrand

Bijlage 2: insteekzones KH