Knokke-Heist bezoeken als toerist?

Vleermuizen en Covid-19: een genuanceerd verhaal 

Tijdens de overvloed aan berichten over het nieuwe coronavirus van de afgelopen weken kwam zowaar een Chinese vleermuizensoort in het spotlicht te staan. Virologen deden hun best om de oorsprong van het nieuwe coronavirus te duiden, en biologen kwamen op televisie uitleggen wat de effecten van de wildmarkten zijn. Helaas ging in de berichtgeving de nuance verloren. Zo denken sommigen nu ten onrechte dat ze Covid-19 kunnen oplopen via de vleermuizen in hun buurt. Uit angst werden zelfs vleermuiskolonies vernietigd. Covid-19 krijg je echter niet van vleermuizen. We hebben deze zoogdiertjes bovendien hard nodig in de strijd tegen ziektes en plagen en voor de bestuiving van planten en bomen.   

Vleermuizen zijn niet gevaarlijk, ze zijn in gevaar  

De bezorgdheid dat vleermuizen ziektes kunnen overdragen, is begrijpelijk. Er zijn wereldwijd echter meer dan 1400 soorten vleermuizen. Bij één van deze soorten, een Aziatische vleermuissoort, is een voorouder van het menselijke Covid-19 gevonden. Maar in Europa zitten we wat dat betreft in een comfortabele situatie: uit onderzoek blijkt dat onze inheemse soorten geen drager zijn van gevaarlijke coronavirussen, en dus zeker geen Covid-19. Vandaag maken onderzoekers zich eerder zorgen over het omgekeerde probleem, namelijk dat sommige wilde diersoorten via mensen de ziekte zouden kunnen oplopen en ziek worden. Covid-19 is een humane ziekte die mensen op vleermuizen kunnen overbrengen. Wereldwijd zijn er namelijk wel wat precedenten met ziekteverwekkers die via mensen continenten oversteken en zo wilde dieren besmetten. Zo bereikte nog niet zo lang geleden een in Europa al langer bekende schimmel (Pseudogymnoascus destructans) het Amerikaanse continent. De schimmel bereikte op een of andere manier een grot in de Verenigde Staten, en van daaruit verspreidde hij zich onder de vleermuizenpopulaties. Die bleken niet resistent te zijn tegen de schimmel, met als gevolg miljoenen dode vleermuizen bijna overal in de V.S. Ons ongebreidelde reis- en verplaatsingsgedrag heeft dus verstrekkende gevolgen.   

Vleermuizen: een klein deel van een veel groter verhaal  

De uitbraak van het nieuwe coronavirus brengt naast zorgen over de menselijke gezondheid ook vragen mee rond de mogelijke besmetting en de gezondheid van huisdieren, landbouwdieren en zelfs van wilde dieren. Meerdere studies laten zien dat onder meer katten en fretten besmet werden met het Sars-CoV-2 virus. De grootste zorg, zowel vanuit het oogpunt van dierenwelzijn als vanuit economisch oogpunt, gaat begrijpelijkerwijs uit naar de huis- en landbouwdieren. Er zijn echter heel wat meer wilde diersoorten die potentieel vatbaar zijn voor het virus dan er soorten landbouwdieren zijn. Alleen al de klasse van de zoogdieren telt momenteel zo’n 6400 gekende soorten. De grootste zorg gaat momenteel naar de mensapen.  

Het voorzorgsprincipe: een hoeksteen van het Europese natuurbehoud  

Dezelfde vraag stelt zich nu ook voor onze eigen, inheemse vleermuissoorten: kunnen zij via mensen besmet raken en in het ergste geval sterven aan het nieuwe virus? De eerste onderzoeken daarrond zijn opgestart, maar in afwachting van het resultaat daarvan zijn alvast een aantal voorzorgsmaatregelen genomen. Zo wordt een groot deel van het vleermuizenonderzoek waarbij vleermuizen gevangen en gehanteerd worden, en er dus heel nauw contact is, voorlopig stilgelegd. Ook in dierentuinen gelden tijdelijk extra richtlijnen voor de verzorgers die met vleermuizen en andere wilde dieren werken. Momenteel wordt aan een humaan vaccin tegen CoVid-19 gewerkt; ook aan de ontwikkeling van breedspectrum antivirale middelen tegen coronavirussen in het algemeen. Vooral die laatste categorie van therapeutische middelen kan een belangrijke bijdrage leveren aan het wegnemen van de bestaande onrust rond het ontstaan en opduiken van nieuwe coronavirussen, niet alleen uit vleermuizen.   

Vleermuizen als onvermoede bondgenoten in de strijd tegen gevaarlijke ziekten   

Een pleidooi voor een meer verstandige en respectvolle omgang met wilde dieren en met vleermuizen in het bijzonder, blijft erg nodig. Vleermuizen vormen als soortengroep immers een ongelooflijk belangrijke schakel in onze ecosystemen, zowel in de natuurlijke ecosystemen als in landbouwsystemen, en zelfs in stedelijke context. Wereldwijd werd de bijdrage die vleermuizen leveren aan de onderdrukking van landbouw-pestsoorten intussen becijferd op vele miljarden euro’s, en in hun rol als verspreiders van zaden en bij de bestuiving van belangrijke voedselgewassen zijn vleermuizen onvervangbaar. Ook bij ons wordt de cruciale rol van vleermuizen in ecosystemen meer en meer duidelijk: zo bleek uit een dieetonderzoek in 2017 in Limburg en in West-Vlaanderen dat gewone dwergvleermuizen naast heel wat landbouw-pestsoorten -zoals de Aziatische fruitvlieg- onder meer ook de malariamug (Anopheles maculipennis) op het menu hebben staan. Met andere woorden: onze meest voorkomende inheemse vleermuizensoort is een bondgenoot in de strijd tegen een oprukkende ziekte die wereldwijd nu al jaarlijks een half miljoen mensenlevens eist. Vleermuizen zijn er om te koesteren dus!  

(Tekst: Bob Vandendriessche, Vleermuizenwerkgroep Natuurpunt  - Foto’s: René Janssen)  

Vertel het verder

Via Facebook Via Twitter