Knokke-Heist bezoeken als toerist?

Overleven na de Holocaust: boek van Rosine De Dijn over het Joodse Grand Hôtel Motke in Knokke

Op woensdag 27 januari 2021 is het de internationale herdenkingsdag van de Holocaust. Deze uiterst zwarte bladzijde in de wereldgeschiedenis had ook bij de Joodse gemeenschap in Knokke-Heist een zware impact. Onze plus-inwoner Rosine De Dijn schreef er een opmerkelijk boek over met als rode draad het Grand Hôtel Motke op het Van Bunnenplein waar Antwerpse Joden na de Holocaust naartoe kwamen om zich te ontspannen.

Overleven na de Holocaust

Door de coronacrisis kon dit boek in 2020 niet officieel voorgesteld worden in de bib maar het gemeentebestuur wenst via zijn gemeentelijke communicatiekanalen toch de nodige aandacht geven aan deze uitgave. Het Grand Hôtel werd in 1986 gesloopt en vervangen door een appartementsgebouw met winkelcomplex en bioscoopzaal. Maar de straffe verhalen over directeur Motke en zijn Joodse hotelgasten doen nog steeds de ronde. De Dijn die in Knokke-Heist een tweede verblijf heeft, pende een aantal van die pakkende getuigenissen neer in haar boek "Overleven na de Holocaust".

Knokke eerste naoorlogse vakantieoord voor Antwerpse joden

Op 9 mei 1945 ging het Duizendjarige Rijk voorgoed ten onder. Europa werd wakker op een puinhoop van menselijke ellende. Zes miljoen Europese Joden waren in die moordende Nazi-rassenwaanzin gevallen. Ook Antwerpen, centrum van de diamantindustrie, was na WO II Judenrein. Maar het 'Jeruzalem aan de Schelde' herleefde. De overlevenden van het inferno in Oost-Europa vonden er een nieuwe thuis, ondanks de overlevingsschaamte die hen tot in hun diepste trauma's vervolgde. Voor diegenen die in de afgrond van het alles vernietigende vuur hadden gekeken, werd Knokke hun eerste naoorlogse vakantieoord, een klankbord voor emotionele herinneringen.

Directeur Motke Weinberger

Daarvoor zorgde  Mordechai (Motke) Weinberger, een Joodse banketbakker, die actief was in het verzet en talloze levens redde. Hij bouwde na WO II in Knokke het Grand Hôtel uit tot een ontmoetingsplaats voor de Antwerpse Joden.  Er was een synagoge en ook het eten was er koosjer. "Het hotel is gebouwd in opdracht van projectontwikkelaar Lodewijk Van Bunnen, op het einde van de 19e eeuw", zegt schrijfster Rosine De Dijn. "Het was een zeer deftig en statig belle-époquehotel. In 1952, dus na de oorlog, is het hotel overgenomen door een Joods consortium dat Motke Weinberger aanstelde als directeur om het hotel te runnen.”

Vrouwen met een nummer op hun arm

"Als ik kind was, gingen wij vaak op vakantie in Knokke-Heist" klinkt het bij Rosine. “Ik liep toen met mijn moeder op de zeedijk, langs dat hotel. En op het strand daar recht tegenover zag ik vrouwen zonnen. Die vrouwen hadden allemaal een nummer op hun arm. Ik vond dat vreemd, maar daar werd nooit over gesproken. Achteraf leerde ik dat dit hun Auschwitz-nummer was. Dat waren dus de mensen die de kampen overleefd hadden. Ik ben dat beeld nooit vergeten” zucht de auteur.

Weinig informatie in archieven

“Ondertussen heb ik zelf een optrekje in het Zoute en tekende ik als journaliste al vaak verhalen op uit de Joodse gemeenschap” gaat ze verder. “Zo viel mijn oog een paar jaar geleden als bij toeval op een artikel over een Joodse vrouw die haar naoorlogse vakanties doorbracht bij monsieur Motke in het Grand Hôtel. Zijn figuur intrigeerde mij. “Zo ben ik aan mijn speurtocht begonnen. In de archieven was er echter amper informatie te vinden” bekent de schrijfster.

 

Motke hielp meer dan 200 Joden over de Zwitserse grens

“Heel toevallig ben ik bij een professor in Genève terecht gekomen die me bevestigde dat Motke meer dan tweehonderd Joden de Frans-Zwitsers grens over had geholpen” vertelt Rosine. “Via een Joodse vriendin kwam ik dan weer in contact met Alice Schönberg die als kind werd gered door de hoteldirecteur. Ik heb veel Joodse protagonisten geïnterviewd om het verhaal van het hotel zo goed mogelijk weer te geven” aldus Rosine.

Piccolo René Mannekens

“Eén van die Joden vertelde me dat de liftjongen geen Joodse roots had. Ook die heb ik teruggevonden. Het bleek verrassend niemand minder dan René Mannekens te zijn, voormalig succesvol ondernemer van Nutricia die nog steeds in Knokke-Heist woont. Hij heeft me bijzonder veel verteld over het Grand Hotel van toen.  Als 12-jarige werd hij er in de vakanties sjabbesgoj (manusje-van-alles). Hij haalde internationale kranten op, sleurde met valiezen, deed de liften werken, en stak het licht aan in de kamers op zaterdag. Hij mocht immers als goj (niet-Jood) werken op zaterdag, de gasten niet” verklaart ze nader.

Antisemitisme en racistische gevoelens

“Het voelde enorm bevredigend toen alle puzzelstukjes van het verhaal in mekaar vielen, niet alleen voor mij. De eerste generatie Joden was na de oorlog immers zo getraumatiseerd dat ze besloten te zwijgen, maar de jongeren van nu willen weten hoe de vork in de steel zat. Het is belangrijk dat we blijven beseffen hoe antisemitisme en andere racistische gevoelens wakker gehouden worden, zeker in deze tijden” aldus Rosine De Dijn.  
 

Vertel het verder

Via Facebook Via Twitter