Knokke-Heist bezoeken als toerist?

Paardenmarkt/ Kustvisie

Paardenmarkt

Geschiedenis

Vóór de kust van deelgemeente Heist ligt een oud munitiestort, de Paardenmarkt, uit de Eerste Wereldoorlog in de zeebodem geborgen.

Na de eerste Wereldoorlog bleven in heel België grote hoeveelheden oorlogsmateriaal achter. De verzameling en de voorlopige opslag in munitiedepots zorgde voor uiterst gevaarlijke situaties. Omdat de toestand langzaam maar zeker onhoudbaar werd en ontmanteling van de munitie nog te veel risico inhield, besliste de Belgische regering eind 1919 de munitie in zee te storten. Gedurende zes maanden werd dagelijks een scheepslading munitie gedumpt op de ondiepe zandplaat "Paardenmarkt", vlak voor de kust van Knokke-Heist. Nadien werd de stortplaats al gauw vergeten.

Tijdens baggerwerken in 1971 stootte men ten oosten van de haven van Zeebrugge op 17 plaatsen op munitie en gifgasgranaten. De munitie was gedeeltelijk bedekt onder een dunne laag sediment en dus was de staat van de munitie "opmerkelijk goed". Een magnetometrisch onderzoek in 1988 bevestigde de aanwezigheid van granaten in een grotere zone. Voortaan werd het gebied op hydrografische kaarten aangeduid als een vijfhoek met een oppervlakte van ongeveer 3 km² met een anker- en visverbod.

Stand van zaken

Op de zandbank 'De Paardenmarkt', gelegen in de Noordzee op ongeveer 1,5 kilometer van de kust van Knokke, ligt naar schatting 35.000 ton gedumpte munitie (vooral) uit WO I. Het gaat om zowel conventionele als chemische munitie. Tot op heden is er geen gevaar voor het mariene milieu of de volksgezondheid, maar er is een voortdurend risico op doorroesten of doorscheuren (door scheepsaanvaringen) van de (chemische) munitie, met zware (chemische) vervuiling tot gevolg. Bovendien kan de munitiestortplaats op De Paardenmarkt in de toekomst een hinderpaal vormen voor de kustveiligheid in het algemeen en voor de verdere ontwikkelingen rond de haven van Zeebrugge in het bijzonder.

Voorlopig lijken er geen aanwijzingen te zijn voor onmiddellijk gevaar. De beste optie lijkt daarom om de munitiestortplaats met rust te laten. Gezien de korte afstand tot de kust en de ondiepe ligging blijft het echter van groot belang om het gebied op regelmatige basis te controleren. Er zijn wel voorzorgsmaatregelen, zo is het verboden er te vissen of het anker uit te werpen en regelmatig worden ook controles uitgevoerd om te zien of de munitie niet roest en inhoud lekt.

Er zijn in het voorjaar 2019 voor het eerst zijn kleine hoeveelheden van de springstof TNT gedetecteerd. TNT kan schadelijk zijn voor het mariene milieu, voor planten en bepaalde zeedieren. De stortplaats ligt buiten de kustzone; voor zwemmers is er dus geen gevaar, BRON: Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).

De munitiestortplaats op De Paardenmarkt kan in de toekomst wel een hinderpaal vormen voor de kustveiligheid in het algemeen en voor de verdere ontwikkelingen rond de haven van Zeebrugge in het bijzonder.

De afdeling Maritieme Toegang van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) wil in het kader van een PIO-project (http://www.innovatieveoverheidsopdrachten.be/projecten/opruiming-gedumpte-oorlogsmunitie-de-noordzee) dan ook een test laten uitvoeren die moet aantonen op welke innovatieve manier deze munitiestortplaats veilig en tijds- en kostenefficiënt zou kunnen worden opgeruimd. Hiervoor is er een marktonderzoek naar de nodige bedrijven met expertise. De volgende topics komen daarbij aan bod: precisiedetectie van de positie van de munitie, continue monitoring van de omgeving, verwijdering van de bovenliggende sedimenten, opdieping van de munitie en veilig vervoer naar het vasteland met robottechnologie. De huidige wetenschappelijk kennis is onvoldoende om een betrouwbaar oordeel te vellen over de toestand van de dumpsite. Het DISARM project heeft tot doel de kennislacunes aan te pakken, maar zal een belangrijke stap verder gaan om een ​​geïntegreerde wetenschappelijke benadering te ontwikkelen ter ondersteuning van de risicobeoordeling en het beheer van stortplaatsen voor mariene chemische munitie wereldwijd, waarbij de munitiestortplaats Paardenmarkt wordt gebruikt als een uitdagende casestudy (https://disarm.be/nl).

Bedoeling van de test is om een stuk (of 'unit') munitie enkele meters onder de zeebodem zo precies mogelijk te lokaliseren binnen de ruimere munitiestortplaats en, ongeacht het type of de staat van het stuk, dit op te diepen en aan land te brengen (verder opruiming/verwerking van de opgehaalde munitie maakt geen deel uit van de test). Hiervoor zullen de nodige surveysystemen en robottechnologie ontwikkeld en/of getest moeten worden die het mogelijk maken om de risico's voor de mens en het mariene milieu tot een minimum te herleiden. Indien succesvol, kunnen de geteste oplossingen worden aangekocht en ingezet voor een volledige opruimingsactie op grote schaal.
Om deze test te laten uitvoeren zijn er diverse stappen ondernomen om uiteindelijk een marktconsultatie op te zetten met als doel:

  • het doel van het PIO-project is het uitvoeren van een test die 'in de mate van het mogelijke' representatief is;
  • de Vlaamse overheid bepaalt de randvoorwaarden voor de test in samenspraak met alle betrokken partijen;
  • elke te bergen unit munitie moet veilig opgehaald en veilig aan land achtergelaten worden;
  • het is binnen dit PIO-project geen doel om resultaten te bekomen over de verwerking van de opgehaalde munitie ter opruiming ervan.

Het verslag van de marktconsultatie sessie is terug te vinden via https://www.innovatieveoverheidsopdrachten.be/sites/default/files/eindverslag_-_pio_munitieopruiming.pdf.

Uit deze sessie zijn er dan opnieuw aanbevelingen geformuleerd voor een vervolg van het traject (staan ook in hoofdstuk 6 van eindverslag_-_pio_munitieopruiming.pdf).

  • Er zijn nog te veel onzekerheden voor het uitvoeren van een test zoals hij oorspronkelijk geformuleerd was.
  • Zowel voor monitoring, detectie, als ophaling moeten nog technische stappen worden gezet of technieken gevalideerd.
  • Er wordt aanbevolen om een replica-omgeving te bouwen die zo dicht mogelijk aanleunt bij de dumpsite op de Paardenmarkt, maar zonder de gevaarlijke stoffen. Op die manier kan er via tracers en bewegingssensors onderzocht worden of een techniek echt in staat is om een object op te diepen zonder verstoringen te creëren. Dit houdt in dat volgende vervolgstappen nodig zijn:
    • 1) Het ontwerpen, verkrijgen van goedkeuringen, en bouwen van een veilige replica-omgeving van de Paardenmarkt-dumpsite elders in zee.
    • 2) Het aantonen van verschillende methodes door de beoogde testoperatie te laten uitvoeren in de replica-omgeving en de resultaten te evalueren op meerdere op voorhand bepaalde dimensies.
  • Omdat deze aanbevelingen buiten de oorspronkelijke scope van het project dient er eerst echter het financiële en juridische luik uitgeklaard te worden. Dit wordt verder opgevolgd binnen MOW.

In parallel (en buiten het PIO) lopen (verder) initiatieven om de Paardenmarktsite zelf verder in kaart te brengen (o.a. het SBO-project 'Dumpsites of munitions: Integrated Science Approach to Risk and Management (DISARM, https://disarm.be/nl) van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), wat ook belangrijk is om de replicasite zo accuraat en representatief mogelijk op te zetten.

BRON:

Meer informatie

Kustvisie

Met het complex project kustvisie (www.kustvisie.be/) wil de Vlaamse overheid een lange-termijnaanpak ontwikkelen voor de bescherming van de Vlaamse kust tegen een zeespiegelstijging met 3 meter.

Het masterplan kustveiligheid uit 2011 (https://www.afdelingkust.be/nl/masterplan-kustveiligheid), dat volop in uitvoering is, verzekert onze veiligheid tegen overstromingen in de kustregio tot 2050. Het masterplan kustveiligheid gaat uit van een gematigd scenario tot 2100 met een zeespiegelstijging met 80 cm bij hoogwater.

Het complex project kustvisie kijkt verder. De centrale doelstelling is de kustbescherming tegen overstromingen na 2050 verder opdrijven. De Vlaamse overheid zal onderzoeken welke bijkomende maatregelen daarvoor genomen moeten worden, boven op de maatregelen die al van kracht zijn en uitgevoerd worden in het kader van het masterplan kustveiligheid. Het complex project kustvisie gaat uit van een extreem scenario met een zeespiegelstijging met 300 cm tot 2100.

De centrale doestelling van het complex project kustvisie is de kust beter beveiligen. Dat zal gebeuren met aandacht voor de bestaande activiteiten en functies, zowel aan landzijde als op zee. Oplossingen om de kustbescherming te verhogen, zullen het ruimtegebruik beïnvloeden, maar ze bieden ook kansen voor win-winsituaties voor zowel economische functies (recreatie, toerisme, blauwe economie, landbouw, visserij …) als natuur en milieu.

In de toekomst zullen er nieuwe inzichten ontstaan over de klimaatverandering (http://www.kustvisie.be/Complex-Project-Kustvisie-klimaat-overzichtspagina) en het effect ervan op onze kust. Aangezien het tempo van de zeespiegelstijging onduidelijk is, moeten oplossingen kunnen evolueren met de zeespiegelstijging, of gaandeweg uitgevoerd kunnen worden. De maatregelen van het complex project kustvisie moeten dus flexibel zijn, zodat ze niet continu aangepast hoeven te worden aan die ontwikkelingen. Elke maatregel moet ook robuust genoeg zijn om bestand te zijn tegen extreme klimaatveranderingen.

Hoe het complex project kustvisie zal verlopen, verneemt u via http://www.kustvisie.be/hoe-verloopt-het-Complex-Project-Kustvisie.

beschermingsstrategieen nieuwe figuur 20180104.jpg

Marien ruimtelijk plan

In en op onze Noordzee vinden op vrij beperkte ruimte heel wat activiteiten plaats, denk maar aan groene energie, natuurbehoud, scheepvaart, visserij en zandontginning. Een marien ruimtelijk plan (MRP) is dan ook noodzakelijk om de verschillende belangen (zowel economisch, ecologisch als sociaal) te verzoenen en elke activiteit een plek te geven in de Noordzee.

Het eerste marien ruimtelijk plan werd, in opdracht van de Minister van Noordzee, door de dienst Marien Milieu opgesteld voor de periode 2014-2020 (https://www.health.belgium.be/nl/marien-ruimtelijk-plan-2014-2020-inhoud-en-uitvoering). België was daarmee pionier in Europa en zelfs in de wereld. Het plan loopt steeds over een periode van zes jaar. Voor de nieuwe cyclus (2020-2026) trad in werking op 20 maart 2020.

Het marien ruimtelijk plan kan geraadpleegd worden via https://www.health.belgium.be/nl/milieu/zeeen-oceanen-en-antarctica/noordzee-en-oceanen/mariene-ruimtelijke-planning.